Het leuke van wonen met vier seizoenen is dat je elk seizoen weer mag spelen met kleur en sfeer. Nu, de winter heerst, zijn de avonden korter en de woonkamer mag best wat sfeervoller en intiemer. Je hebt zin in warmte en geborgenheid. Nu jij je genesteld hebt bij de haard, waar de eerste houtblokken vlam vatten, krijgen herinneringen vorm door koude winteravonden en sneeuwvlaktes van weleer. Het gevoel dat je ’s winters in huis wilt bereiken krijgt ieder seizoen een nieuwe benaming. Spreken we in de jaren tachtig over cocoonen. In de jaren negentig werd het loungen. En doe je dat in de zomer buiten op een heerlijk terras. Nu verplaatsen we die sfeer naar binnen.
De winter heerst nu nog even over onze kille straten en warme huizen. De lente komt er echter geleidelijk achteraan en zal iedereen langzaam weer tot leven wekken. De warme plaids, kussens op de bank, open haard met brandende kaarsen op de schouw en de vele sfeerlichtjes her en der verspreid, maken dan plaats voor accessoires die passen bij de langere dagen en de zonnestralen die in de lente steeds meer het huis binnen dringen. Zo heeft ieder seizoen zijn eigen charmes en worden we ons bewust van die kleine dingen die elk jaar weer het wonen veraangenamen.